Origineel:

X

Transcriptie:

Wy ondergheschreven van weghen de Camere der Oost-Indische Compaignie tot Enckhuysen, bekennen by desen ontfanghen te hebben vanden E[erwaarde] Pieter Hermanszoon Boode de somme van twaelff guldens

Explanation:

  1. De VOC was ingedeeld in verschillende kamers, die elk in een andere stad gevestigd waren. Deze structuur weerspiegelde in grote mate de gedecentraliseerde bestuursstructuur van de Republiek zelf. Elke kamer was verantwoordelijk voor zijn toegewezen deel in de ondernemingen van de VOC. Amsterdam was de grootse kamer, met een toewijzing van 50 procent van het totale kapitaal. Daarna volgde Zeeland (Middelburg), met een toewijzing van 25 procent. De kleinere kamers van Enkhuizen, Hoorn, Rotterdam en Delft beschikten elk over 6,25 procent van het totale kapitaal. Dit toegewezen document in de totale kosten bepaalde ook in welke mate de kamers moesten deelnemen in de totale kosten van de VOC.
  2. (+ 2a) Deze twaalf gulden en tien stuivers was het bedrag dat de stadsbode van Enkhuizen en de eigenaar van dit ‘document’, Pieter Hermanszoon, nog moest afbetalen voor dit document. Omdat de VOC veel geld nodig had om de dure expedities naar Azië te financieren, was het mogelijk om de aandelen in termijnen af te betalen. Op deze manier werden de VOC aandelen ook aantrekkelijk voor minder rijke beleggers. Dit ‘document’ is eigenlijk het bewijs van de laatste afbetaling van het VOC document, zoals het ingeschreven stond in de boeken van de VOC.
  3. 3. Het hoofdbedrag of de nominale waarde van het document was 150 gulden. Op basis van deze 150 gulden werden dan ook de dividendbetalingen berekend.